Er is een fout opgetreden in dit gadget

donderdag 30 juni 2011

de kracht van woorden


Korte film die de kracht van woorden laat zien.

Het verhaal van een bord van Alonso Alvarez Barreda
Muziek door: Giles Lamb http://www.gileslamb.com/
Gefilmd door www.redsnappa.com directeur Seth Gardner. Cast: Bill Thompson, Beth Miller http://www.uk.castingcallpro.com/view.php?uid=217905

bron afbeelding: http://www.masters.ab.ca/

woensdag 29 juni 2011

hybride leeromgevingen kop of munt


In de landbouw hebben hybride rassen gezorgd voor de groene revolutie, waarmee een enorme productiviteitssprong is gemaakt. Biologisch gezien komen in een hybride ras de sterke eigenschappen van twee verschillende ouders samen.

Als in het onderwijs gesproken wordt over een hybride leeromgeving, wordt er verwezen naar de combinatie van de sterke kanten van  twee traditionele leeromgevingen, de school en de beroepspraktijk, die worden gecombineerd tot een nieuwe productieve leeromgeving.

De hybride leeromgeving kenmerkt zich in de eerste plaats door school en beroepspraktijk fysiek bij elkaar te brengen, in bijvoorbeeld een leerafdeling van een bedrijf of instelling, een bedrijf in de school of een adviesbureau.
De school gaat naar het bedrijf, of het bedrijf komt in de school, of school en bedrijf samen richten een nieuwe leerplaats in. Deze fysieke omgeving maakt het mogelijk leerprocessen op een nieuwe manier te organiseren. In die leerprocessen hoeven theorie, reflectie en praktijkervaringen niet onophoudelijk bij elkaar gebracht te worden, maar zijn ze wel voortdurend met elkaar verweven. Het blijven afzonderlijke elementen, maar ze vormen samen een dicht weefsel. Deze verweving kan zowel synergie als spanning opleveren.

Zijn hybride leeromgevingen  een gulden middenweg  tussen formeel en non-formeel en informeel leren?   Het gaat bij hybride leeromgevingen om het combineren van verschillende waarden. De waarde van het binnenleren en de waarde van buitenleren.  Je moet meer kanten  van de medaille van leren bekijken, door voor- en nadelen als elkaars keerzijden te zien. Het is handig om te weten welke dimensies van hybride leren tot meerwaarde of tot risico’s leiden.

hybride
- doelbewuste kruising
- combinatie verschillen
- op meerdere terreinen actief
- flexibel kunnen wisselen
- kiezen vanuit je eigen voordeel
- meerdere methoden of werkwijzen
- kruising tussen 2 soorten
- versmelting van onderdelen die niet dezelfde opbouw hebben

bronnen:
http://www.nsob.nl/2011/02/hybride-organisaties-kop-en-munt/
Leren in hybride leeromgevingen in het beroepsonderwijs Praktijkverkenning, theoretische verdieping Joke Huisman, ecbo Elly de Bruijn, Universiteit Utrecht/Hogeschool Utrecht Liesbeth Baartman, Universiteit Utrecht Ilya Zitter, Hogeschool Utrecht/ecbo Erica Aalsma,

zaterdag 25 juni 2011

LIPDUB 'middel om onderwijs (school) te promoten' ( voorbeeld RUG)




Een lipdub is een videofilm die lipsynchronisatie en audio dubbing combineert.
Een lipdub wordt gemaakt door personen of een groep mensen te filmen die een liedje  aan het meezingen of playbacken zijn. De originele audio wordt achteraf tijdens de post-productie vervangen door het originele nummer. De meest populaire lipdubs worden zo gefilmd dat ze uit een lang en continue shot bestaan, waarin de camera reist door verschillende kamers en situaties.
Een lipdub duurt meestal tussen de vier en zes minuten, en er werken tussen de 35 en soms wel 700 mensen aan mee. Ze zijn erg populair geworden met de komst van sites als You Tube. De lipdubs worden erg vaak bekeken, ook doordat de mensen die meespelen naar de filmpjes linken op Twitter, Hyves of Facebook. Populaire lipdubliedjes zijn liedjes met een vrolijke melodie.
De achterliggende gedachte van een lipdub is vaak die om de school of het bedrijf te promoten.Ze kunnen immers door een lipdub laten zien welke faciliteiten ze te bieden hebben, en wat ze laten zien hebben ze zelf in de hand. Ook wordt een lipdub gemaakt onder het mom van een schoolproject of een teambuilding. Nog een reden om een lipdub te maken is de gezelligheid die de opnames bieden. Er ontstaat een band tussen de acteurs en dat komt de algemene sfeer die op de  school of op de werkvloer hangt ten goede, en zorgt ervoor dat studenten of collegas dichter tot elkaar komen.
Tom Johnson, een schrijver die blogt over Web 2.0's effect op communicatie , schrijft dat een goede lipdub tenminste moet (lijken te) voldoen aan de volgende kenmerken:
  • Spontaniteit: Het lijkt alsof iemand het idee ter plaatse heeft bedacht, zijn videocamera gepakt heeft en iedereen spontaan mee laat gaan in zijn idee.
  • Authenticiteit: De mensen, de productie en de situatie lijkt echt.
  • Deelname: De video bestaat niet uit een specifiek persoon die playbackt, maar een groep, die allemaal spontaan deel (lijken te) nemen, en zich gedragen naar de melodie en of de tekst van het nummer.
  • Lol: De mensen in de video hebben een hoop lol samen.
Schoolvoorbeelden: http://www.schooldub.nl/ 
In 9 minuten hoor je de ervaring van een leerkracht, zie je de voorbereidingen en het eindresultaat. http://www.leraar24.nl/video/1826

Ontstaan van de lipdub Jakob Lodwick, de oprichter van Vimeo, bedacht de term "lip dubbing" op 14 december 2006. Dit was voor de video getiteld Lip Dubbing: Endless  Dream. In de beschrijving van de video schreef hij, "Ik liep rond met een liedje dat door mijn koptelefoon klonk, en filmde mezelf terwijl ik mee aan het zingen was. (...) Is er een naam voor dit? Zo niet, dan stel ik 'lip dubben' voor. "

In Newsweek werd een artikel geschreven over Michigan als een de ‘dying steden van Ameria’. Als reactie op dit artikel werd op 22 mei een bijna negen minuten durende video opgenomen met   5000 burgers van de stad die zingen het nummer American Pie van  Don McLean zingen.

Lip synching:
Combineren van audio-en video-opname op een zodanige wijze dat het geluid gesynchroniseerd is met de bewegingen van de lippen van sprekers.
Audio-dubbing:
Vervanging van geluid videoband of deel ervan door commentaar, geluidseffecten, muziek etc.

afbeelding: woweffect.be

offline en online is dat hetzelfde?

Film over het gebruik (voor- en nadelen, do's and dont's) van social media.
Hoe zou ons leven eruit zien als we offline hetzelfde doen als online?
Hoe zonderling, eigenaardig zou je gedrag zijn als je in je online life hetzelfde doet als off line?

zondag 19 juni 2011

groene onderwijskundige reis naar Suriname







STUDIE-/WERKBEZOEK
‘GROEN ONDERWIJS in Suriname’
28 oktober - 6 november 2011

Ontmoeting met de Surinaamse cultuur, de (groene) onderwijssystemen, docenten, leerlingen/studenten en de groene sector.

Programma
Een belangrijk onderdeel van het studie-/werkbezoek is het bezoeken van diverse
onderwijsinstellingen, met bijzondere aandacht voor het groene onderwijs, zoals de afdeling Agrarische Productie aan de Anton de Kom Universiteit en Natin in het landbouwgebied Nickerie.
Diverse ministeries zoals het ministerie van Landbouw (LVV), Onderwijs (MINOV) en de Nederlandse ambassade ondersteunen het doel van deze reis en willen graag een bijdrage leveren aan kennisuitwisseling door middel van een mini-seminar in Paramaribo. Daarnaast is in het programma volop aandacht voor de groene sector en voor de Surinaamse cultuur en de verschillen met onze westerse cultuur. Vanuit de wens voor veelkleurig ondernemerschap in de groene sector, bezoeken we tijdens de reis zowel kleinschalig als grootschalig groen bedrijfsleven, onderzoeksinstituten.
De grootschalige groene bedrijfsbezoeken kunnen zijn: veeslachtbedrijf in Commewijne, kippenfarm in Paramaribo, bananenplantage en rijstbedrijf in Nickerie. Kleinschalige, vernieuwende bedrijven die in het programma kunnen worden opgenomen, zijn: dierenbescherming en dierenasiel, tuincentrum, planten- en bloemenkwekerij, paardensportbedrijf en/of bloemenzaak rond Paramaribo.
In het district Nickerie staat het eco-toerisme centraal, in het district Para hebben we te maken met een gebied dat als waterwingebied wordt aangemerkt en de komende jaren bovengronds gebied milieuvriendelijker wil ontwikkelen.  In het district Coronie wordt de verwerkingsindustrie nieuw leven ingeblazen voor de verwerking van diverse fruitsoorten uit het district en in het district Saramacca hebben de boeren zich verenigd in een coƶperatie met biologisch dynamisch geteelde groenten en fruit.  
De interculturele verschillen en overeenkomsten met onze westerse cultuur gaan we ervaren en beleven en we gaan daarop reflecteren; dat kan in de Nederlandse taal met de Surinamers.

visible green and no green only


aandacht voor multiculturele samenleving

Visible green and no green only
Het kosmopolitisch zelfbeeld, de internationale reputatie van  groen onderwijs en de sector staan op het spel als men alleen gericht is de groene cultuur en het exclusief gebruik van de groene inhouden.
Taal en groene cultuurbeleving  van allochtone groepen leren zien in termen van  culturele, groene verrijking en nieuwe kennisbronnen.
Pluriformiteit  vooral stimuleren.
Maak werk van de groene , multiculturele taal- en cultuurbeleving.


(bewerking van uitspraken in persbericht over afscheidsrede van Guus Extra)
bron teks: rede prof. dr. Guus Extra
persvoorlichters@uvt.nl

bronnen afbeeldingen: uvt.nl; sourcinggate.com; zazzle.com;

veranderkunde = anders kunnen kijken (optische illusies)



Na 6 biertjes ziet alles er anders uit


 
Van links naar rechts lees je hier een B, terwijl je van boven naar beneden 13 ziet staan. 
Dit figuur laat zien dat de context zeer bepalend is voor wat je hersenen waarnemen.

Indiaan of eskimo?

zondag 12 juni 2011

reflecteren op buitenschools leren


Het is de moeite waard om als mbodeelnemer voortdurend te kunnen reflecteren op loopbaancompetenties, vooral om het buitenschools leren te verbinden met binnenschools leren.
Pedagogiek als onderdeel van de beroepsvorming is belangrijk

Kwaliteitenreflectie (‘Wat kan ik?’)
Deze competentie gaat over het onderzoeken waar je goed in bent en minder goed in bent. Als je weet waar je goed in bent en wat je kwaliteiten zijn, ga je nadenken over hoe je deze kwaliteiten kunt inzetten om je doelen in je opleiding en in het werk te behalen.
Indicatoren kwaliteitenreflectie:
-          Ik weet waar ik goed en minder goed in ben;
-          Ik weet welke kwaliteiten ik kan inzetten voor het beroep wat ik wil gaan doen;
-          Ik kan de ontwikkeling van mijn beroepscompetenties en mijn talenten in verband brengen met eerdere    ervaringen in mijn leven en met beelden/inzichten over mijn toekomstige studie- en arbeidsloopbaan, c.q.  levensloop.
Motievenreflectie (‘Wat wil ik en waarom wil ik dat?’)
Motievenreflectie gaat over de wensen en de waarden die van belang zijn voor je loopbaan. Bij
motievenreflectie onderzoek je wat werkelijk belangrijk is voor je in het leven. Je denkt na over wat je
voldoening geeft en wat je nodig hebt om prettig te kunnen werken.
Indicatoren motievenreflectie:
-          Ik kan aangeven wat ik leuk en interessant vind aan mijn opleiding;
-          Ik weet wat mijn werkwaarden zijn;
-          Ik kan verband leggen tussen eerder ervaringen in mijn leven en mijn waarden;
-          Ik kan verband leggen tussen beroepsdilemma’s en mijn waarden.
Werkexploratie (‘Waar vind ik werk dat bij me past?’)
Werkexploratie gaat over het onderzoeken van werk en op waar de kansen op de arbeidsmarkt zijn. Bij deze competentie ga je ontdekken wat bepaald werk van je vraagt, welke kennis en vaardigheden je hiervoor nodig hebt. Maar ook welke waarden in dit werk van belang zijn; komen deze overeen met jouw waarden? Werkexploratie gaat ook over hoe je geschikt werk kunt zoeken. Bijvoorbeeld hoe je een sollicitatiebrief schrijft, informatie kunt verzamelen en een gesprek kunt voeren.
Indicatoren werkexploratie:
-          Ik heb een beeld van de inhoud van het werk waarvoor ik leer;
-          Ik weet welke beroepscompetenties nodig zijn in het werk waarvoor ik leer;
-          Ik weet welke leeractiviteiten ik moet ondernemen om die beroepscompetenties te kunnen ontwikkelen;
-          Ik kan de organisatiecultuur van een bedrijf onderzoeken;
-          Ik ben op de hoogte van de ontwikkelingen in het werkveld;
-          Ik kan ontwikkelingen en cultuur in verband brengen met mijn kwaliteiten en motieven;
-          Ik weet wat de actuele beroepsdilemma’s zijn in het werk waarvoor ik leer.
Loopbaansturing (‘Hoe bereik ik dat?’)
Loopbaansturing heeft te maken met keuzes maken en het onderzoeken van de gevolgen van die keuzes. Bij loopbaansturing ga je acties ondernemen om je eigen loopbaan te sturen. Bijvoorbeeld een bepaalde opleiding volgen waardoor je een beroep kunt uitoefenen dat bij je past. Of door met anderen te gaan praten over wat je wilt en kunt. Je plant de activiteiten die je wilt ondernemen. En je organiseert de hulp die je hierbij nodig hebt. Loopbaansturing heeft te maken met het heft in eigen hand te nemen en initiatief te tonen.
Indicatoren loopbaansturing:
-          Ik kan doelen stellen voor mijn studieloopbaan;
-          Ik baseer keuzes in mijn leerproces op mijn kwaliteiten en waarden, en op mijn toekomstwensen;
-          Ik organiseer de begeleiding die ik nodig heb om mijn leerproces te sturen;
-          Ik stem mijn mogelijkheden en (ontwikkel)wensen af de specifieke situatie van de stage/werkorganisatie  en/of arbeidsmarkt;
-          Ik toon mijn kwaliteiten en motieven in werk, stage en op de arbeidsmarkt.
Netwerken (‘Wie kan me daarbij helpen?’)
De loopbaancompetentie ‘netwerken’ gaat over contacten opbouwen en onderhouden die je helpen in je loopbaan. Deze contacten gebruik je bijvoorbeeld om op de hoogte te blijven van ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en welke mogelijkheden er allemaal zijn. Je kunt je contacten uit je netwerk ook gebruiken om daadwerkelijk een nieuwe baan te vinden. Het blijkt dat je de meeste kans hebt om een nieuwe baan te vinden, wanneer contacten uit je netwerk je hierbij helpen.
Indicatoren netwerken
-          Ik beschik over een netwerk van mensen die mij kunnen helpen bij mijn (studie)loopbaan;
-          Ik onderhoud mijn netwerk en breid het uit;
-          Ik kan iets betekenen voor mensen in mijn netwerk.

bronnen: Marinka Kuijpers en Frans Meijers, Annemarie Oomen

enjoyability even belangrijk als emplyability


Bij buitenschools leren gaat het om allerlei varianten van integreren: vervlechten,verbinden, stapelen

Empowerment van leerlingen:
Hoe kun je talenten en eigen krachten van leerlingen zo goed mogelijk tot hun recht laten komen?
Welke waarden liggen er aan ten grondslag?

Sociaal aspect van leren:
Het sociale aspect van leren is belangrijk. Niet alleen de employability maar vooral ook de enjoyability van leerlingen.  Het gaat niet slechts om een voorbereiding op werk, maar vooral ook om het leren functioneren in de maatschappij.

bronnen: Marinka Kuijpers, www.cps.buitenschoolsleren.nl;
daveibsen.typepad.com

vrijdag 10 juni 2011

de vrolijkheid terug

Enkele opvallende uitspraken van hoogleraar Van der Ploeg over 'De virtuele boer', in een artikel in het blad Agrarisch Onderwijs door Ton van den Born zijn nog steeds actueel:
In het boek gaat het over de kritiek op het expertsysteem

- Agrarische scholen zijn als onderdeel van het 'expertsysteem' mede verantwoordelijk voor een onjuist beeld van landbouw en landbouwer (virtuele boer);
- Het agrarisch onderwijs moet bij toekomstige boeren zorgen voor vrolijkheid in plaats van verongelijktheid;
- Je moet hopen dat het agrarisch onderwijs niet een vertegenwoordiger is van het naijleffect, maar juist anticipeert en voorbereidt op nieuwe situaties;
- Plattelandsontwikkeling fixeren op het exotische (zorgboerderijen, ijs maken op de boerderij, theeschenkerij) of het minimalistische (een boerderijcamping met 10 tot 15 plaatsten) dan gebeurt er wel iets, maar erg indrukwekkend kan het niet zijn;
-  'Dutch farmers never have been entrepreneurs' Het zijn 'peasants' en juist omdat het 'peasants' zijn, zijn ze door de eeuwen heen zo succesvol gebleken.

bronnen: vakblad Agrarisch Onderwijs;
www.jandouwevanderploeg.com

donderdag 2 juni 2011

wie doet wat in de social media?

Gedrag  sociale media  en leeftijd
Er zijn Joiners, Meekijkers, Inactieven en Criticasters. (een visuele afbeelding)

bron: Forrester Research (eind 2010) onder de Amerikaanse online gebruikers

test verbinden van buitenschools leren met binnenschools leren


Publicatie over binnenschools leren en buitenschools leren.
Het leren zal verdiepen wanneer de kwaliteit van de verbinding tussen binnenschools leren en buitenschools leren groot is. Er zijn vele instapmogelijkheden, meerdere verbindingen. We hebben een Lemniscaat ontwikkeld als model dat helpt om de kwaliteit tussen binnenschools en buitenschools leren vice versa vorm te geven.
Een cd-rom geeft een inkijkje in praktijksituaties van scholen over formeel, non-formeel, informeel en semi-formeel leren. 


Test je opvatting over buitenschools leren

De test leidt niet tot een conclusie over die opvattingen maar is bedoeld om je opvattingen scherp te krijgen. Bij het lezen van het boekje ontdek je of die opvatting je helpt bij het verbinden van binnenschools en buitenschools leren of dat het je hindert.
Hieronder staan  een aantal opvattingen. Deze zijn steeds geformuleerd in twee uitersten. Bedenk steeds: kies ik meer voor A of meer voor B?

Impliciete kennis
A: Kennis sla je op en op het moment dat je het moet toepassen, boor je het vanzelf aan.
B: Als je kennis niet nu leert toepassen, zal je er niets aan hebben.

Wat je bijblijft
A: Je leert wat je op jou persoonlijk indruk maakt.
B: Je leert wat belangrijk is van de vakinhoud.

Algemene vorming
A: Algemeen vorming verrijkt je leven.
B: Algemene vorming is nutteloos.

Echt leren
A: Leerlingen leren pas als ze gemotiveerd zijn, er aan toe zijn en het willen weten.
B: Leerlingen leren wanneer het programma dat aangeeft.

Leuk
A: Hoe leuker het onderwijs, des te beter wordt er geleerd.
B: Of het onderwijs leuk is, maakt niet uit voor de kwaliteit van het leren.

Abstract en praktisch
A: Je begrijpt een abstract begrip pas wanneer je het kan koppelen aan een praktische ervaring.
B: Je begrijpt een abstract begrip als je het theoretisch kan omschrijven.

Leerstijlen
A: Bij het lesgeven moet je altijd rekening houden met de verschillende leerstijlen van leerlingen
B: ·De leerling koppelt het aanbod zelf aan zijn leerstijl.

Talen leren
A: Je leert eerst de theorie of grammatica en daarna pas je het toe.
B: Je leert door te doen.

Toetsen
A: Je leert voor een toets en daarna vergeet je het.
B: Je leert omdat het interessant is.

Beklijven
A: Je leert het globaal om je te kunnen redden.
B: Je leert om het heel precies te kennen.

Organisatie I
A: De buitenwereld binnenhalen krijg je niet georganiseerd.
B: De buitenwereld binnenhalen kan altijd en overal.

Organisatie II
A: Buiten de school leren is lastig te organiseren.
B: Buiten de school leren kan altijd en overal.

Toepassen
A: Wat je op school leert, hoef je niet te kunnen toepassen in de buitenwereld.
B: Wat je op school leert, moet je kunnen toepassen in de buitenwereld.

Pendelen
A: Buiten en binnen school verbinden doe je met een goed buitenschools project.
B: Buiten en binnen school verbinden doe je door steeds heen en weer te gaan.

Vakintegratie
A: Buiten en binnen school verbinden doe je per vak.
B: Buiten en binnen school verbinden gaat het best met een aantal vakken samen.

Betekenis
A: Buitenschools leren is betekenisvol.
B:  De lessen in de klas zijn betekenisvol.
bestellen: www.aps.nl; bestelnummer 962043